Watersnood 1953

DE RAMP

De combinatie van een razende storm en springtij werd in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 noodlottig: vele dijken in de delta van zuidwest Nederland braken. Onder andere mijn geboortedorp Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland werd hard door het water getroffen. Dichter Ed Hoornik bezocht Ouwerkerk op 25 november 1953. Het gat in de Oosterscheldedijk bij Ouwerkerk was het moeilijkst te sluiten, op 6 november was dit eindelijk gelukt. Ten tijde van het bezoek van Ed Hoornik waren de meeste inwoners van het dorp nog geevacueerd: het dorp lag als een eiland in de nog niet drooggemalen polder. Slechts een klein aantal personen woonde op de Ring, om het dorp weer bewoonbaar te maken. Hoornik bezocht een aantal van hen, onder andere mijn vader ("gevangene" Swenne) en moeder. Het verslag van zijn bezoek is gepubliceerd in een bijlage van Het Parool op 19 december 1953 (zie het PDF bestand, afkomstig uit de Krantenbank).


Dichter Ed Hoornik en dominee Elbert Kuin

Bij zijn bezoek aan Ouwerkerk was Ed Hoornik ingekwartierd in Café Slager, een centraal punt in Ouwerkerk, zeker in de periode na 1 februari 1953. Daar sprak Ed Hoornik onder andere ook met "Betje" (juffrouw Bet, zoals wij haar als onze kleuterjuffrouw noemden). Zij wist hoegenaamd alles wat zich op het dorp afspeelde, en hield gedurende het jaar 1953 een dagboek bij. In 1986 is dit zeer lezenswaardige document door Klaartje Kuin, dochter van dominee Elbert Kuin (zie foto boven) getypt en daarmee voor iedereen toegankelijk gemaakt (zie het PDF bestand).


Juffrouw Bet (E.M. Slager)

Van mijn familie verdronken mijn grootvader Cornelis Adrianus Swenne (geb. 17 januari 1880), mijn grootmoeder Maria Anthonetta Swenne - de Vrieze (geb. 14 april 1882), en mijn oom Jan Swenne (geb. 1928), allen woonachtig te Ouwerkerk. Zij waren zij in hun woning aan de Straatweg (heden: Laan der Wereldveteranen) gebleven na de eerste vloed en niet naar het hogergelegen dorp gegaan. Als bij vele andere huizen hield ook die woning geen stand bij de tweede vloed op 1 februari. De grillen van de waterstromingen dreven de stoffelijke overschotten van mijn grootvader, grootmoeder en oom ver van elkaar: ze werden respectievelijk in Ouwerkerk (in een sloot in de buurt van de woning), Wemeldinge (aan de andere zijde van de Oosterschelde) en in Zierikzee (bij de Havendijk) gevonden. Zij liggen begraven op de voor de rampslachtoffers ingerichte gedenkplaats op de begraafplaats van Ouwerkerk.